Ontwerp

ACTIVITEITEN VOORJAARFotos_Voorjaar_2019.html
 

Tentoonstelling ’De Groote Oorlog: van Duitse keizer tot spoorwegspionnen


De leerlingen van H6A bezochten o.l.v. meester Johan in het stadhuis van Zottegem een tentoonstelling over de gebeurtenissen tijdens Wereldoorlog I in Zottegem die liep van 15 oktober tot 18 november. 

Uit de ruime collectie van het Centrum voor Streekgeschiedenis werd een selectie gemaakt van sprekend beeldmateriaal: foto’s, prentbriefkaarten, rouwprentjes. Uniek zijn een aantal foto’s genomen door Hector Van Wambeke. De fotograaf had zijn atelier op de derde verdieping van het pand op de hoek van de Markt en de Hoogstraat. Hij slaagde erin een aantal clandestiene opnames te maken zoals het wegvoeren van opgeëiste werklieden en de doortocht van de Duitse keizer.

Een opmerkelijke foto toont de doortocht op 3 november 1918 van de Duitse keizer Wilhelm II door Zottegem. We zien de keizerlijke auto de Hoogstraat inrijden, tussen een haag van (enthousiaste) soldaten. In het magazijn Sint-Jozef staat men achter het venster te kijken. Blijkbaar moesten de burgers binnenblijven en mochten er enkel soldaten op straat. Acht dagen later werd de Wapenstilstand getekend.
 
De doortocht van de keizer zorgde voor paniek in het naburige Leeuwergem, waar een begrafenis grondig werd verstoord. De pastoor bracht na de oorlog verslag uit. We nemen zijn tekst woordelijk over.

"Op 4 (sic) november 1918 was er in onze Kerk een dienst om 9 uren. Het lijk werd ingehaald omtrent 10 minuten van de kerk. Wij stonden daar reeds, priesters in zwart gewaad, kruisen en vanen, een lang kwartier naar de aankomst van ’t lijk angstig te wachten. In de verte kwamen er een dertigtal vliegers in onze richting en van tijd tot tijd zag men er reeds neertuimelen. Eindelijk geraakten wij toch zonder deernis de kerk in maar de luchtgevechten kondigden zich dreigender aan en waren luid en vrij oorverdovend donderden de obussen om en rond de kerk. De kinders vluchtten huilend door den koor der kerk, de priester mislezer trok zich weg aan den autaar en stond beweegloos om hoog te staren, de zangers lagen neer in de lessenaars en trachtten te antwoorden aan de priesters die voortzongen om de kalmte te herstellen. ’t Gevaar verdween maar vernieuwde onmiddellijk en de paniek beroofde het lijk van alle vrienden en kennissen, alleen de bedroefde familie was in de lijkdienst gebleven – alles eindigde goed in kalmte. 
Intusschen tijd waren de Duitschers het hol dat de doode bewoond had binnengedrongen en stalen er zeven van de beste peerden. Terwijl de oudste broeder ook door de vijand opgeeischt naar Antwerpen was heengereden en half dood thuis komende, zijnen broeder miste die reeds begraven was en zijn schone en kostelijke dieren weggevoerd vond.
De bommen hadden vele ruiten uit doen daveren, eenige koeien gedood – geen menschenlevens waren er te betreuren. Ze zeggen dat het juist dien morgen of dien dag was dat de Keizer hier moest voorbijgaan. Wij hadden bevel gekregen ’t huis te blijven van ’s middags”.
 
Was de pastoor een dag mis? Vermoedelijk wel. Dat de keizer op 3 november door het Zottegemse centrum reed, staat vast en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat de Geallieerden zo slecht geïnformeerd waren dat ze een dag te laat bombardeerden. In elk geval werd het ook in Leeuwergem een bewogen dag.




De tentoonstelling was thematisch opgevat. Zo werden onder meer de spoorwegspionage met Leonce Roels en Désiré Van den Bossche, het opblazen van het station in 1918, opgeëisten en gijzelaars, het in beslag nemen van fietsen, de intocht van de Fransen, de Bevrijding en het monument op de Heldenlaan behandeld. Verder werden een hele reeks rouwprentjes getoond.


Bij de tentoonstelling hoorde ook een boekje over de Groote Oorlog. Op 11 november 1918 om 11 uur in de voormiddag, eindigde de Eerste Wereldoorlog, de "Grote Oorlog", zoals hij toen werd genoemd. Vier jaar had de waanzin geduurd en ook Zottegem likte zijn wonden. Ten minste 148 jonge mannen waren gesneuveld aan het Ijzerfront, of elders. 37 mannen en vrouwen vielen als burger… De doden mochten en zouden niet vergeten worden, want dit mocht nooit meer gebeuren. Ook bij ons werden zowel begraafplaatsen als diverse monumenten opgericht.